De schoolklas
Sinds 1 januari 1901 is het voor kinderen tot 12 jaar verplicht om naar school te gaan. Ze leren er rekenen en taal, aardrijkskunde en geschiedenis. De rol van muziek op school komt pas veel later met een wet op het lager onderwijs uit 1920.
Hierin staat de door de minister vastgestelde eis dat een kandidaat-onderwijzer een lied van blad moet kunnen zingen. Als hij hier een onvoldoende voor haalde, had dit overigens geen invloed op het behalen van de onderwijsakte.
Ook werd het leerplan uit 1878 nauwelijks aangepast en zingen was daarmee dus niet verplicht. Liederen die werden gezongen waren bijvoorbeeld ‘Berend Botje’ en ‘Waar de blanke top der duinen’ naast ‘Wien Neêrlandsch bloed’, een voorloper van ons huidige volkslied, ‘het Wilhelmus’.
[audiofragment]
Er werd dus wel gezongen op school, maar een leerplan voor de zangkunst was er niet. Rond 1930 kwamen er twee methodes voor het vak. Pas in 1993 zijn de doelen voor muziekonderwijs vastgelegd en in 1998 is bepaald wat een leraar basisonderwijs van muziek moest weten om zijn examen te kunnen halen.